ECLI:NL:RVS:2001:AD8691
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid vreemdelingenbewaring ondanks kennelijke misslag in formulier
Appellant werd op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege het belang van de openbare orde en het vermoeden van onttrekking aan uitzetting. In het gebruikte formulier werd abusievelijk ook artikel 59, tweede lid, aangekruist, terwijl appellant niet beschikte over de noodzakelijke documenten voor terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat deze fout een kennelijke misslag betrof die de rechtmatigheid van de bewaring niet aantastte. Appellant voerde aan dat niet duidelijk was op welke grond de bewaring was gebaseerd en dat de rechtbank ten onrechte deze misslag accepteerde.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De feitelijke grondslag voor de bewaring was aanwezig en voldoende duidelijk omschreven in de maatregel. De misslag in het formulier leidt niet tot onrechtmatigheid van de bewaring. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.