ECLI:NL:RVS:2001:AF6038
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- E.A. Alkema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van Dublin-overeenkomst
Appellanten hebben bij besluiten van 13 juli 2001 een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie zijn afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten op 15 oktober 2001 ongegrond. Appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublin-overeenkomst Griekenland als verantwoordelijke staat is aangewezen voor de behandeling van het asielverzoek. Appellanten moesten aannemelijk maken dat Griekenland zijn verplichtingen uit het EVRM jegens hen niet zou nakomen, hetgeen niet is gelukt.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond. Er zijn geen proceskosten toegekend en het hoger beroep wordt afgewezen zonder verdere inhoudelijke behandeling van overige grieven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.