ECLI:NL:RVS:2002:AE0983
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering legalisatie geboorteakte ondanks bezwaar en beroep
Appellant verzocht om legalisatie van een geboorteakte en een verklaring van ongehuwd-zijn, welke door de Minister van Buitenlandse Zaken werd geweigerd. Na een bezwaarprocedure en een beroep bij de rechtbank werd het besluit van de minister bevestigd. Appellant stelde dat hem in bezwaar niet alle stukken met betrekking tot het verificatieonderzoek waren verstrekt, waardoor hij zijn zienswijze niet tijdig kon geven.
De Raad van State oordeelde dat appellant wel degelijk kennis had kunnen nemen van de geanonimiseerde stukken na de beslissing op bezwaar en dat hij de gelegenheid had zijn zienswijze kenbaar te maken. De beperking van kennisneming was gerechtvaardigd op grond van artikel 8:29 Awb Pro en in overeenstemming met artikel 6 EVRM Pro, aangezien het eerlijke proceskarakter niet in essentie werd aangetast.
De Raad verwierp het betoog dat de nationale besluitvorming niet aan de normen van artikel 6 EVRM Pro zou voldoen en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de minister terecht twijfelde aan de juistheid van de geboortedatum. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.