ECLI:NL:RVS:2002:AE1245
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- M. Oosting
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen weigering handhaving milieuregels inzake transportbedrijf en erfverharding
Appellant stelde dat het transportbedrijf van de vergunninghouder vergunningplichtig is onder de Wet milieubeheer vanwege het stallen van een beladen vrachtwagen met gevaarlijke stoffen en dat de erfverharding met puingranulaat niet vrijgesteld was van het stortverbod.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het parkeren van één vrachtwagen geen vergunningplichtige inrichting vormt volgens het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, omdat de categorieën die vergunningplichtig zijn betrekking hebben op drie of meer voertuigen. Ook werd geoordeeld dat het parkeren geen opslag van gevaarlijke stoffen is, mede vanwege de beperkte verblijfsduur en wisselende lading.
Ten aanzien van de erfverharding met puingranulaat werd vastgesteld dat dit materiaal als bouwstof geldt en dat het Bouwstoffenbesluit ten tijde van het aanbrengen van het puingranulaat al van kracht was. De vrijstelling van het stortverbod was daarom van rechtswege van toepassing. Het beroep van appellant miste feitelijke grondslag en werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-handhaven is ongegrond verklaard.