ECLI:NL:RVS:2002:AE1612
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.P. Zwart
- K. Brink
- dr. M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het Lozingenbesluit en bestuursdwang bij akkerbouwbedrijven inzake oppervlaktewaterverontreiniging
Appellanten, twee milieuorganisaties, stelden dat het Lozingenbesluit onvoldoende bescherming biedt tegen de verontreiniging van oppervlaktewater door bestrijdingsmiddelen en meststoffen bij akkerbouwbedrijven. Zij voerden aan dat het besluit slechts een deel van de emissies regelt en niet voldoet aan de eisen van de richtlijn 76/464/EG.
Verweerders, het Hoogheemraadschap van Schieland, stelden dat de acht betrokken akkerbouwbedrijven voldoen aan het Lozingenbesluit en dat bestuursdwang daarom niet gerechtvaardigd is. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het Lozingenbesluit de lozingen regelt die als zodanig onder de richtlijn vallen, terwijl diffuse en indirecte verontreiniging niet als lozingen in de zin van de richtlijn worden beschouwd.
De Afdeling oordeelde dat het Lozingenbesluit een pakket van maatregelen bevat dat gebaseerd is op de best uitvoerbare technieken en dat strengere eisen in de toekomst mogelijk zijn. De stelling dat het besluit niet voldoet aan de milieubeschermingsnormen werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en bestuursdwang werd terecht niet toegepast.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en bestuursdwang wordt niet toegepast omdat het Lozingenbesluit adequaat de lozingen regelt.