ECLI:NL:RVS:2003:AH8626
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th. G. Drupsteen
- E.C. Brugman
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen last onder dwangsom wegens niet-melding lozingen agrarische activiteiten
Appellant kreeg een last onder dwangsom opgelegd door het waterschap Zeeuwse Eilanden omdat hij geen melding had gedaan van lozingen voortkomend uit agrarische activiteiten, zoals vereist in het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Appellant voerde aan dat het besluit onterecht was omdat hij een vergunning had op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en dat het Lozingenbesluit niet op hem van toepassing was.
De Raad van State oordeelde dat de vergunning van appellant alleen betrekking had op lozingen van huishoudelijk afvalwater en hemelwater, niet op lozingen door agrarische activiteiten. Daarom was het Lozingenbesluit wel van toepassing en was appellant verplicht de melding te doen. Verder stelde de Raad dat het niet doen van een melding de handhavende taak van het waterschap belemmert en dat appellant aansprakelijk is voor lozingen die voortkomen uit zijn agrarische activiteiten, ongeacht mogelijke verontreinigingen waarvoor hij niet verantwoordelijk is.
De Raad verwierp ook het verweer dat het Lozingenbesluit in strijd zou zijn met Europese richtlijnen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de last onder dwangsom wegens het niet doen van een melding is ongegrond verklaard.