ECLI:NL:RVS:2002:AE1625
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- E.M.H. Hirsch Ballin
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor arbeidsongeval gemeente onevenredig opgelegd
De zaak betreft een bestuurlijke boete van ƒ 6.000,- (ongeveer € 2.722,68) opgelegd aan de gemeente Schouwen-Duiveland vanwege een arbeidsongeval waarbij een werkneemster ernstig letsel opliep na een val van een verhoogde baliewerkvloer in het gemeentehuis te Zierikzee.
De gemeente voerde aan dat zij geen verwijt treft omdat zij handelde op advies van de deskundige Arbo-unie, die betrokken was bij de beoordeling van de bouwplannen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de arbeidsplaats niet voldeed aan de veiligheidsnormen zoals bepaald in artikel 3:2, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, en dat de gemeente daarmee tekort was geschoten in haar zorgplicht.
Hoewel het advies van de Arbo-unie niet ontlastte, stelde de Afdeling vast dat de staatssecretaris bij het opleggen van de boete onvoldoende rekening had gehouden met de mate van verwijtbaarheid van de gemeente. De staatssecretaris had een ongenuanceerd standpunt ingenomen dat het inwinnen van advies geen disculpatie oplevert, waardoor een noodzakelijke evenredigheidsbeoordeling van de boete ontbrak.
De Afdeling concludeerde dat hierdoor is gehandeld in strijd met de zorgvuldigheids- en motiveringsplicht en met artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dat onevenredige nadelige gevolgen van besluiten verbiedt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij de gronden werden verbeterd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de bestuurlijke boete terecht is opgelegd maar oordeelt dat de boete onevenredig is opgelegd zonder juiste motivering van verwijtbaarheid.