ECLI:NL:RVS:2002:AE2423
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen weigering toestemming mosselvisserij in Eems-Dollardgebied
Appellant verzocht om schriftelijke toestemming voor het uitoefenen van mosselvisserij in het gemeenschappelijk visserijgebied van het Eems-Dollardverdrag. De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wees dit verzoek af omdat appellant niet beschikte over een vergunning op grond van de Visserijwet 1963, ondanks dat appellant voldeed aan het woonplaatscriterium uit het Verdrag.
De president van de arrondissementsrechtbank te Groningen bevestigde deze afwijzing. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat artikel 41 van Pro het Eems-Dollardverdrag een ieder verbindende bepaling is volgens artikel 93 van Pro de Grondwet en dat het Verdrag het vereiste van een nationale vergunning niet als weigeringsgrond noemt.
Daarom is het niet verlenen van toestemming vanwege het ontbreken van een vergunning strijdig met het Verdrag. De Raad van State vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de president en verklaarde het hoger beroep gegrond. De Staatssecretaris moet opnieuw op het bezwaar beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van toestemming voor mosselvisserij wordt vernietigd.