ECLI:NL:RBGRO:2001:AB1990
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om toestemming voor mosselzaadvisserij in betwist Eems-Dollardgebied
Verzoeker heeft bij de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een verzoek ingediend om een toestemmingsbewijs te verkrijgen voor het uitoefenen van mosselzaadvisserij met het schip in het Eems-Dollardgebied. Dit verzoek werd geweigerd omdat verzoeker niet beschikte over een noodzakelijke vergunning op grond van de Nederlandse visserijwetgeving, waarvoor hij niet in aanmerking kwam vanwege het ontbreken van een mosselzaadvergunning in de periode 1987-1991.
Na afwijzing van het bezwaar door verweerder heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De rechtbank heeft het verzoek tot voorlopige voorziening behandeld en tevens de hoofdzaak inhoudelijk beoordeeld. De kern van het geschil betreft de uitleg en toepassing van het Eems-Dollardverdrag en de Nederlandse visserijregelgeving in het betwiste gebied.
De rechtbank oordeelt dat het Eems-Dollardverdrag niet leidt tot een rechtsvacuüm en dat de Nederlandse regelgeving op het gebied van kustvisserij ook in het betwiste gebied van toepassing is. De koppeling die verweerder maakt tussen het verlenen van schriftelijke toestemming op grond van het verdrag en het vereiste van een Nederlandse vergunning is gerechtvaardigd. Verzoeker voldoet niet aan de voorwaarden voor een vergunning en kan daarom geen toestemming krijgen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak wordt gedaan.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.