ECLI:NL:RVS:2002:AE2814
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- W. van den Brink
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toelating galerie tot KunstKoopregeling en mededingingsrechtelijke aspecten
Appellant verzocht het bestuur van de Mondriaan Stichting om toelating van zijn galerie tot de KunstKoopregeling voor 1999 en 2000, welke werd geweigerd. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het bestuur van de Mondriaan Stichting als ondernemer kan worden aangemerkt en daarmee onder het mededingingsrecht valt. Appellant stelde dat de Stichting met de regeling een economische activiteit ontplooit en dat de weigering tot toelating een concurrentienadeel oplevert.
De Raad van State oordeelde dat de Stichting een privaatrechtelijke stichting is die publieke taken vervult en dat het bestuur handelt als bestuursorgaan bij het verlenen van subsidie via de regeling. De Raad verwierp het betoog dat sprake is van ondernemerschap en bevestigde dat de Stichting niet handelt in strijd met het mededingingsrecht. Tevens vond de Raad dat de inhoudelijke beoordeling van de galerie, waaronder de artistieke kwaliteit en regionale bijdrage, voldoende gemotiveerd was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toelating tot de KunstKoopregeling bevestigd.