ECLI:NL:RVS:2002:AE6009
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ligplaatsvergunning voor woonschip op grond van Woonschepenverordening Noordwijkerhout
Appellant verzocht burgemeester en wethouders van Noordwijkerhout om een vergunning voor het innemen van een ligplaats met een woonschip op een specifieke locatie. Deze vergunning werd geweigerd op grond van de Woonschepenverordening 1999, die het innemen van ligplaatsen buiten aangewezen gebieden verbiedt zonder vergunning. Appellant stelde dat hij al vóór de inwerkingtreding van de verordening aanspraak had op de ligplaats en dat hij de rechten daarop had verkregen door koop.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond voor zover het ging om het innemen van de ligplaats, maar gegrond voor de vaststelling van de ligplaatsenkaart. De Raad van State oordeelde dat appellant geen recht ontleent aan het overgangsrecht van artikel 18 van Pro de verordening omdat hij ten tijde van de inwerkingtreding geen ligplaats innam en geen melding deed van rechtsopvolging. Ook het betoog dat de gemeente onrechtmatig handelde door de woonboot te verplaatsen werd verworpen.
Verder stelde appellant dat burgemeester en wethouders zijn verzoek hadden moeten toetsen aan artikel 6 van Pro de verordening, omdat de ligplaats op een voorlopige ligplaatsenkaart stond. De Raad van State oordeelde dat deze kaart nog niet definitief was vastgesteld ten tijde van het besluit en dat er geen recht op vergunning aan kon worden ontleend. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de ligplaatsvergunning bevestigd.