Het college van burgemeester en wethouders van Noordwijkerhout heeft op 4 juli 2006 de ligplaatsenkaart bij de Woonschepenverordening 1999 gewijzigd vastgesteld. Hiertegen maakte appellante bezwaar, dat bij besluit van 28 december 2006 ongegrond werd verklaard. Appellante stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 8 mei 2008 niet-ontvankelijk verklaarde vanwege overschrijding van de beroepstermijn.
Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat zij in de veronderstelling verkeerde dat haar advocaat het beroepschrift zou indienen en dat zij deze niet tijdig kon bereiken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat deze omstandigheden niet verschoonbaar waren en dat appellante zelf tijdig beroep had kunnen instellen.
Verder werd een brief van appellante uit 2008 besproken die mogelijk als verzet tegen een eerdere uitspraak kon worden opgevat, maar dit werd verworpen omdat die eerdere uitspraak niet na vereenvoudigde behandeling was gedaan.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.