ECLI:NL:RVS:2002:AE6674
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens tijdige procedurele afhandeling
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd door de Staatssecretaris van Justitie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het besluit binnen de wettelijke 48-uurs termijn was genomen. Appellant stelde dat de termijn onjuist was berekend en dat het onderzoek in het aanmeldcentrum eerder was begonnen dan door de rechtbank aangenomen.
De Raad van State overwoog dat de 48-uurs termijn start bij het begin van het eerste onderzoek in de eerste fase in het aanmeldcentrum, conform het Vreemdelingenbesluit 2000 en de Vreemdelingencirculaire 2000. De verklaring van appellant dat de termijn eerder zou zijn gestart, werd onvoldoende onderbouwd geacht. Ook het verweer dat meer tijd nodig was voor het uitbrengen van een zienswijze faalde omdat appellant niet binnen de gestelde termijn een verzoek daartoe had ingediend.
De Raad van State concludeerde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.