ECLI:NL:RVS:2002:AE4843
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel binnen 48 uur ondanks ontbreken zienswijze
Appellant verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de Staatssecretaris van Justitie op 22 februari 2002 werd afgewezen binnen de wettelijke termijn van 48 proces-uren. Appellant bracht geen schriftelijke zienswijze naar voren binnen de vereiste drie proces-uren na ontvangst van het voornemen tot afwijzing, noch gaf hij aan meer tijd nodig te hebben.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. Appellant voerde aan dat de termijn voor het indienen van een zienswijze onjuist was vastgesteld en dat hem feitelijk de mogelijkheid tot het naar voren brengen van een zienswijze was onthouden.
De Raad van State overwoog dat de termijn van drie proces-uren aanvangt op het moment van uitreiking van het schriftelijk voornemen aan de rechtshulpverlener. Het is aan de rechtshulpverlener om tijdig aan te geven indien meer tijd nodig is. Aangezien appellant dit niet heeft gedaan en geen zienswijze heeft ingediend, was de afwijzing binnen 48 uur rechtmatig.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel binnen 48 uur ondanks het ontbreken van een zienswijze.