ECLI:NL:RVS:2002:AE6798
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.H.C.A. Muller
- Rechtspraak.nl
Weigering legalisatie geboortebewijs uit Ghana wegens onvoldoende bewijs juistheid
Appellant verzocht om legalisatie van een uittreksel uit het geboorteregister en een ongehuwdverklaring afkomstig uit Ghana. De minister van Buitenlandse Zaken weigerde deze legalisatie omdat de juistheid van de documenten niet zonder meer werd aangenomen en appellant onvoldoende objectief bewijs aanleverde om deze twijfel weg te nemen.
Appellant stelde dat bewijsnood een bijzondere omstandigheid vormde die tot afwijking van het legalisatiebeleid zou moeten leiden. De Raad van State oordeelde echter dat bewijsnood geen bijzondere omstandigheid is en dat de minister terecht vasthield aan het beleid. Ook het argument dat eerdere legalisaties zonder verificatie zouden moeten leiden tot een andere beoordeling faalde, omdat de omstandigheden in deze zaak anders zijn.
De rechtbank Amsterdam had het beroep van appellant tegen de weigering van legalisatie reeds ongegrond verklaard. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de legalisatie van het geboortebewijs wegens onvoldoende bewijs van juistheid.