ECLI:NL:RVS:2002:AE8065
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste toepassing artikel 31 Vreemdelingenwet 2000
Appellante diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die door de staatssecretaris werd afgewezen op basis van het overleggen van een valse identiteitskaart en het ontbreken van noodzakelijke reis- of identiteitspapieren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het oordeel van de staatssecretaris volgde dat het asielrelaas niet verder hoefde te worden beoordeeld.
In hoger beroep stelde appellante dat de staatssecretaris ten onrechte uitsluitend op grond van artikel 31, tweede lid, onder d en f van de Vreemdelingenwet 2000 had afgewezen zonder een inhoudelijke beoordeling van haar asielverhaal. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat deze omstandigheden op zichzelf niet voldoende zijn voor afwijzing en dat het besluit daarom niet aan de vereisten van zorgvuldige motivering en een volledige beoordeling voldeed.
De Afdeling vernietigde het besluit van 23 mei 2001 en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van proceskosten. De zaak werd terugverwezen voor een inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag conform de wettelijke normen.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en het beroep van appellante wordt gegrond verklaard.