ECLI:NL:RVS:2002:AE9206
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- H.G. Lubberdink
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake subsidieafwijzing Stichting Leger des Heils
De Stichting Leger des Heils vroeg een eenmalige financiële bijdrage van ƒ 1.500.000,00 op grond van het Subsidiebesluit voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen, welke door de Minister van Justitie werd afgewezen. De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar van de Stichting gegrond en vernietigde de besluiten van de Minister.
De Minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat het Subsidiebesluit een algemeen verbindend voorschrift is, waaraan de Minister in beginsel onverkort uitvoering moet geven en dat er geen inherente afwijkingsbevoegdheid bestaat. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de Minister onzorgvuldig had gehandeld door het verzoek van de Stichting niet als een beroep op afwijkingsbevoegdheid te zien.
Verder oordeelde de Raad dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door te oordelen over de schending van de hoorplicht, terwijl dit niet was aangevoerd. Ook werd bevestigd dat het Subsidiebesluit niet in strijd is met de wettelijke verplichtingen en dat het verzoek van de Stichting terecht ongegrond was verklaard. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen bij de rechtbank ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen bij de rechtbank ongegrond verklaard.