ECLI:NL:RVS:2002:AE9887
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Cleton
- G.A. Posthumus
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en onthouding goedkeuring bestemmingsplan Zuidelijk IJsselfront wegens onvoldoende financiële uitvoerbaarheid
De gemeenteraad van Gouda stelde op 18 december 2000 het bestemmingsplan 'Eerste partiële herziening van het bestemmingsplan Zuidelijk IJsselfront' vast, gericht op herontwikkeling van een terrein tussen de Gouderaksedijk en de Hollandsche IJssel. Gedeputeerde staten van Zuid-Holland keurden dit plan op 17 juli 2001 goed. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 29 juli 2002. Centrale vraag was of het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening en of het plan financieel uitvoerbaar was, met name rekening houdend met de noodzakelijke sloop- en saneringskosten van het terrein van appellante.
De Raad oordeelde dat verweerders onvoldoende onderzoek hadden gedaan naar de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Hoewel verweerders stelden dat de overheid onder voorwaarden kan meefinancieren via het Fonds Hollandsche IJssel, ontbrak zekerheid over de omvang en het tijdstip van deze bijdrage. De saneringskosten variëren aanzienlijk afhankelijk van de gekozen variant, en het plan bevatte slechts summiere opmerkingen over de financiële consequenties.
Daarmee was de uitvoerbaarheid onvoldoende aangetoond, in strijd met artikel 9, tweede lid, van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De Raad vernietigde het besluit van gedeputeerde staten en onthield goedkeuring aan het bestemmingsplan. Tevens werden de proceskosten aan gedeputeerde staten opgelegd.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan wordt vernietigd en goedkeuring wordt onthouden wegens onvoldoende financiële uitvoerbaarheid.