ECLI:NL:RVS:2002:AE9905
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar bouwvergunning woonhuis
Burgemeester en wethouders van Stein verleenden op 26 januari 1999 een bouwvergunning voor een woonhuis aan vergunninghouders. Deze vergunning betrof onder meer het schilderen van de gevels in wit, zoals aangegeven in de aanvraag en positief beoordeeld door de welstandscommissie. Vergunninghouders maakten bezwaar tegen het besluit, maar burgemeester en wethouders verklaarden dit bezwaar op 22 juni 1999 ongegrond.
De rechtbank Maastricht verklaarde het bezwaar van vergunninghouders ontvankelijk en vernietigde het besluit op bezwaar. Burgemeester en wethouders stelden hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad van State stelde ambtshalve de ontvankelijkheid van het bezwaar aan de orde en concludeerde dat vergunninghouders geen belang hadden bij heroverweging van het primaire besluit, aangezien dit volledig was gehonoreerd en er geen bijzondere omstandigheden waren.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover deze het bezwaar ontvankelijk had verklaard en verklaarde het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 6 november 2002.
Uitkomst: Het bezwaar van vergunninghouders wordt niet-ontvankelijk verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.