ECLI:NL:RVS:2002:AF1776
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- H. Beekhuis
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering intrekking milieuvergunning gemengd veehouderijbedrijf
Appellanten, waaronder Stichting het Geldersch Landschap en het actiecomité “Redt de Boerderij”, verzochten burgemeester en wethouders van Renkum om de milieuvergunning voor een gemengd veehouderijbedrijf op een perceel in Renkum in te trekken. De vergunning was verleend in 1990, maar het bedrijf was sinds 1997 niet meer op die locatie gevestigd. Verweerders wezen het verzoek op 15 januari 2002 af, waarna appellanten beroep instelden bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de inrichting ontoelaatbare nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt, zoals bedoeld in artikel 8.25 van de Wet milieubeheer, en of de weigering tot intrekking van de vergunning voldoende gemotiveerd en zorgvuldig was. Verweerders stelden dat een beoordeling van de milieugevolgen pas aan de orde is bij een aanvraag voor een revisievergunning, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat dit niet juist is.
De Raad van State stelde vast dat verweerders niet hebben onderzocht of de inrichting, zoals vergund, daadwerkelijk ontoelaatbare milieugevolgen veroorzaakt en of gedeeltelijke intrekking van de vergunning mogelijk is. Dit onderzoek ontbrak in het bestreden besluit, waardoor de voorbereiding en motivering onvoldoende waren en het besluit in strijd was met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde verweerders in de proceskosten en het griffierecht. De overige beroepsgronden werden niet behandeld omdat het primaire besluit onvoldoende was gemotiveerd.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het verzoek tot intrekking van de milieuvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering.