ECLI:NL:RVS:2002:AF2483
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- A. Kosto
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen asbestverwerkingsverbod bij sanering grond
Appellanten, burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel, verzochten ontheffing van het verbod op het bewerken en verwerken van asbesthoudende producten om asbesthoudende grond te kunnen zeven en hergebruiken als ondergrond voor een kunstwerk. De staatssecretaris wees deze ontheffing af, stellende dat het verbod onverkort van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat de grond geen afvalstof was omdat hergebruik werd beoogd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat het begrip afval moet worden uitgelegd conform de Wet milieubeheer en Europese richtlijnen, waarbij het enkele voornemen tot hergebruik niet doorslaggevend is. De asbesthoudende grond moet in het stadium van afgraven en zeven als afval worden beschouwd.
De Afdeling vernietigde het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank, en verklaarde het hoger beroep gegrond. De staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de uitspraak en de brief van de Arbeidsinspectie over de norm van 10 mg asbest per kg droge stof. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd, met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.