ECLI:NL:RVS:2002:AF6063
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van Dublinverordening en Vreemdelingenwet
Appellanten hebben bij de staatssecretaris van Justitie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke is afgewezen op basis van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de toepasselijkheid van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep van appellanten tegen deze afwijzing ongegrond verklaard.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat de Duitse asielwet, met name de “Sichere Drittstaatenregelung”, op hen van toepassing is en dat zij zonder inhoudelijke beoordeling van hun asielaanvraag door Duitsland aan Polen zullen worden overgedragen. Zij stelden dat de rechtbank ten onrechte deze vertaling niet in aanmerking heeft genomen.
De Raad van State oordeelt dat appellanten niet zijn uitgeprocedeerd in het verantwoordelijke land en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat het verantwoordelijke land de verdragsverplichtingen niet naleeft. Daarom is er geen grond om de behandeling van de asielaanvragen aan zich te trekken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.