ECLI:NL:RVS:2003:AF5136
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.R. Schaafsma
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning voorschrift wegens strijd met Wet milieubeheer bij veehouderij
Het geschil betreft een vergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Oostburg aan een vergunninghoudster voor het oprichten en exploiteren van een knaagdierfokkerij en import-exportbedrijf voor kleine huisdieren. De stichting Een Dier Een Vriend heeft beroep ingesteld tegen deze vergunning.
De stichting voerde onder meer aan dat de aanvraag onvolledig was, dat na terinzagelegging onrechtmatige aanvullingen waren gedaan, en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was. De Afdeling oordeelde dat het beroep inzake de gebrekkige motivering niet-ontvankelijk was omdat de stichting geen bedenkingen tegen het ontwerp had ingebracht. Wel werd geoordeeld dat de aanvulling van de aanvraag na terinzagelegging geoorloofd was omdat derden hierdoor niet in hun belangen waren geschaad.
Verder werd het betoog over stank- en geluidhinder beoordeeld aan de hand van de geldende richtlijnen en normen. De Afdeling vond dat de afstand tot woningen en de gestelde geluidgrenswaarden redelijk waren en dat de vergunninghouder zich aan deze voorschriften kon houden. Tenslotte werd vastgesteld dat het voorschrift 2.1.3, dat de algemene zorgplicht uit de Wet milieubeheer herhaalde, onjuist was opgenomen in de vergunning en vernietigd. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit voor zover dit voorschrift betreft vernietigd.
Uitkomst: Het beroep is deels gegrond verklaard en het voorschrift 2.1.3 van de vergunning is vernietigd.