ECLI:NL:RVS:2003:AF6724
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H.G. Lubberdink
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking vergunning grondwaterbron
Het Bureau voor Kavelruil had een vergunning krachtens de Grondwaterwet voor het gebruik van een grondwaterbron. Deze vergunning werd door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant op 31 mei 2002 ingetrokken omdat er gedurende vier achtereenvolgende jaren geen gebruik van was gemaakt.
Het Bureau stelde beroep in bij de Raad van State zonder eerst een bezwaarschrift te hebben ingediend bij het college. De Raad stelde vast dat er geen wettelijk voorschrift was dat een voorbereidende procedure volgens afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vereiste, waardoor het instellen van een bezwaarschrift verplicht was.
Daarom verklaarde de Raad het beroep niet-ontvankelijk en bepaalde dat het beroepschrift als bezwaarschrift aan het college moest worden doorgezonden. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan het Bureau.
De uitspraak benadrukt het belang van het volgen van de juiste procedure bij bestuursrechtelijke beroepen en bevestigt de toepassing van artikel 7:1 Awb Pro in samenhang met artikel 6:15 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vergunning werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voorafgaand bezwaarschrift.