ECLI:NL:RVS:2003:AF8943
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet tijdig vergunning te verlenen voor vuurwerkopslag en verkoop
Appellant had op 10 februari 2000 een vergunning aangevraagd voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting bestemd voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Het college van burgemeester en wethouders van Rijnwaarden weigerde aanvankelijk de vergunning op 29 december 2000. Na een gegrondverklaring van het beroep door de Afdeling bestuursrechtspraak op 16 januari 2002, nam verweerder geen nieuw besluit binnen de wettelijk gestelde termijn.
Appellant stelde vervolgens beroep in tegen het zogenoemde fictieve besluit van niet-tijdig beslissen. De Raad van State oordeelde dat verweerder in strijd met artikel 3:28 van Pro de Algemene wet bestuursrecht heeft gehandeld door niet binnen zes maanden na de uitspraak van 16 januari 2002 een nieuw besluit te nemen. Het beroep werd daarom gegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde een termijn van 16 weken aan verweerder om alsnog een besluit te nemen en legde een dwangsom op van € 200 per dag met een maximum van € 8.000 voor het geval van niet-naleving. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit wordt vernietigd en verweerder krijgt 16 weken om alsnog een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.