ECLI:NL:RVS:2003:AG1702
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing verzoek naturalisatie wegens onuitgevoerde strafrechtelijke veroordeling
De staatssecretaris van Justitie wees het verzoek van de vreemdeling om verlening van het Nederlanderschap af op grond van een strafrechtelijke veroordeling tot een gevangenisstraf van vier weken wegens bezit van een vervalst reisdocument. Deze straf was onherroepelijk geworden in juni 1995, maar nooit ten uitvoer gelegd.
De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuwe beslissing moest nemen. De minister stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vreemdeling op de hoogte had kunnen zijn van de strafprocedure, aangezien hij persoonlijk was gedagvaard en pas na het onherroepelijk worden van het vonnis in de Gemeentelijke Basis Administratie was ingeschreven. Het niet ten uitvoer leggen van de straf kon de vreemdeling niet worden toegerekend, maar de staatssecretaris mocht de straf aan de afwijzing van het naturalisatieverzoek ten grondslag leggen.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot naturalisatie bevestigd.