ECLI:NL:RVS:2003:AH9072
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- B. Bastein
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij bouwvergunning en vrijstelling voor loods A in Haarlemmermeer
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer verleende op 26 juni en 3 juli 2002 vrijstelling en bouwvergunning voor een woning, hooiberg/stal en twee loodsen, waaronder loods A, op een perceel tegenover een locatie in Haarlemmermeer. Tegen deze besluiten maakte een partij bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard op 11 februari 2003. De voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van die partij gegrond voor zover het betrekking had op loods A en schorste de besluiten met betrekking tot deze loods.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde een verzoek om voorlopige voorziening tegen deze schorsing. De Voorzitter oordeelde dat ten aanzien van loods A de goede ruimtelijke onderbouwing ontbrak die vereist is voor vrijstelling op grond van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Er was gerede twijfel of dit oordeel in de bodemprocedure stand zou houden.
Gezien de urgentie voor verzoeker om woning en bedrijfsruimten te verplaatsen vanwege de aanleg van de A9 en het feit dat het bezwaar uitsluitend betrekking had op het niet-agrarische gebruik van loods A, besloot de Voorzitter dat het college geen nieuwe beslissing op bezwaar hoeft te nemen totdat de Afdeling in hoger beroep heeft beslist. Tevens werd de schorsing opgeheven en het betaalde griffierecht aan verzoeker terugbetaald.
Uitkomst: Het college hoeft geen nieuwe beslissing op bezwaar te nemen en de schorsing van de bouwvergunning voor loods A wordt opgeheven.