ECLI:NL:RVS:2003:AH9498
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- K. Brink
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Rechtspraak.nl
Verzoek om vergunning varkenshouderij buiten behandeling gelaten wegens ontbreken milieu-effectrapport
Appellant had een aanvraag ingediend voor een vergunning voor het houden van 9.768 vleesvarkens in een stal. Verweerder besloot deze aanvraag buiten behandeling te laten omdat geen milieu-effectrapport was overgelegd, terwijl dit volgens de Wet milieubeheer verplicht was vanwege de omvang van de inrichting.
Eerder was voor dezelfde stal al een vergunning verleend, die onherroepelijk was geworden, maar de stal was niet opgericht en er was toen geen milieu-effectrapport vereist. De Raad van State oordeelde dat het hier ging om een nieuwe oprichting die een milieu-effectrapport vereist, en dat verweerder terecht de aanvraag buiten behandeling liet op grond van artikel 7.28 van de Wet milieubeheer.
Appellant stelde dat verweerder hem op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht had moeten verzoeken de aanvraag aan te vullen, maar de Raad oordeelde dat verweerder geen discretionaire bevoegdheid had omdat de aanvraag zonder milieu-effectrapport niet in behandeling genomen mocht worden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de aanvraag voor een vergunning voor een varkenshouderij buiten behandeling te laten is ongegrond verklaard.