Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende diende een aanvraag in voor een reguliere bouwvergunning voor het vernieuwen van zeugenstallen met een kostenraming van €3.800.000. De gemeente bracht leges in rekening van €21.578,98, verminderd met 60% vanwege het buiten behandeling stellen van de aanvraag wegens onvolledigheid.
Belanghebbende stelde dat de aanvraag niet in behandeling genomen had mogen worden omdat een milieu-effectrapport en milieuvergunning ontbraken, en dat de geheven leges disproportioneel waren. Tevens stelde hij dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden.
Het Hof oordeelde dat artikel 7.28 van de Wet milieubeheer niet van toepassing is op de bouwvergunningaanvraag en dat de gemeente bevoegd was de aanvraag in behandeling te nemen, ook zonder milieu-effectrapport. De legesheffing was niet disproportioneel omdat de gemeente al 60% van de leges had kwijtgescholden. Toepassing van de hardheidsclausule is een discretionaire bevoegdheid die niet door de rechter kan worden getoetst.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de legesheffing voor de bouwvergunningaanvraag wordt bevestigd.