ECLI:NL:RVS:2003:AI0599
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid gemeenteraad tot vestiging voorkeursrecht bij uitbreidingscapaciteit volgens Wet voorkeursrecht gemeenten
Appellant sub 1 had bij besluit van 10 april 2000 met toepassing van artikel 8 van Pro de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) een voorkeursrecht gevestigd op percelen in Heiloo, na verkrijging van een verklaring van geen bezwaar van gedeputeerde staten. De rechtbank vernietigde dit besluit echter, stellende dat de uitbreidingscapaciteit in het streekplan Noord-Holland-Noord slechts betrekking had op bedrijventerreinen en niet op woningbouw, zodat het voorkeursrecht niet kon worden gevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hoger beroep van appellanten sub 2 niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang. Ten aanzien van appellant sub 1 stelt de Afdeling dat de rechtbank de wet onjuist heeft geïnterpreteerd. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het bij het toekennen van uitbreidingscapaciteit gaat om een taakstelling vanuit bovengemeentelijk beleid, en dat de gemeente als geheel uitbreidingscapaciteit kan krijgen zonder dat een direct verband met de specifieke functie van de gronden vereist is.
De Afdeling concludeert dat appellant sub 1 bevoegd was het aanwijzingsbesluit te nemen en te handhaven, ook al was de verklaring van geen bezwaar niet noodzakelijk. Daarom wordt het hoger beroep van appellant sub 1 gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten sub 2 is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van appellant sub 1 gegrond verklaard; de uitspraak van de rechtbank is vernietigd en de zaak terugverwezen.