ECLI:NL:RVS:2003:AI0988
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- P.A. Offers
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering gedoogvergunning woonschip door college Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft op 20 oktober 1998 het verzoek van appellant om met zijn woonschip een ligplaats te mogen innemen in het Oostelijk Havengebied afgewezen. Appellant maakte bezwaar tegen deze weigering, dat door het college op 31 maart 2000 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing op 6 september 2002 eveneens ongegrond.
Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de weigering om een woonschip te gedogen geen besluit in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn, welke in deze zaak niet aanwezig zijn. De Afdeling concludeerde dat appellant zijn bezwaren tegen de weigering kan aanvoeren in een procedure tegen een eventueel handhavingsbesluit.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college voor zover het bezwaar tegen de weigering om te gedogen ongegrond werd verklaard. Tevens werd het bezwaar in zoverre niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling veroordeelde het college tot betaling van proceskosten en vergoedde het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd voor zover het bezwaar tegen de weigering om te gedogen ongegrond is verklaard.