ECLI:NL:RVS:2003:AI1211
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.R. Schaafsma
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding in verband met uitbreiding luchthaven Schiphol
Appellant verzocht om schadevergoeding wegens de verkoop van zijn woning in verband met de uitbreiding van luchthaven Schiphol met de vijfde baan (Polderbaan). De commissie wees dit verzoek af op grond van artikel 21 van Pro het aanwijzingsbesluit en artikel 9 van Pro de Gemeenschappelijke regeling Schadeschap Luchthaven Schiphol. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd voor het beroep tegen de afwijzing op grond van het aanwijzingsbesluit en verklaarde het beroep tegen de afwijzing op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep tegen de afwijzing op grond van het aanwijzingsbesluit niet rechtstreeks bij haar openstaat, omdat artikel 21 van Pro het aanwijzingsbesluit als beleidsregel moet worden beschouwd. Het beroep moet daarom door de rechtbank worden behandeld. Ten aanzien van de schadevergoeding op grond van artikel 49 WRO Pro stelde de Afdeling vast dat appellant zijn woning verkocht vóór de inwerkingtreding van het bestemmingsplan “Schiphol West e.o.”, waardoor geen vergoeding op die grond mogelijk is.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hem was toegezegd dat verkoop van zijn woning geen belemmering voor schadevergoeding zou vormen. De Afdeling verklaarde zich daarom onbevoegd voor het doorgezonden beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Verder werd bepaald dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt terugbetaald en dat de proceskosten bij de rechtbank worden behandeld.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van het schadevergoedingsverzoek en verklaart zich onbevoegd voor het beroep tegen het aanwijzingsbesluit.