ECLI:NL:RVS:2003:AJ3420
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- R.I.Y. Lap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verzoek voorschrift in- en uitvaren vergunning
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân om op grond van artikel 8.23, eerste lid, van de Wet milieubeheer een voorschrift over het in- en uitvaren aan de milieuvergunning van een vergunninghouder te verbinden. Dit verzoek werd bij besluit van 19 maart 2003 afgewezen. Appellant stelde dat het verbinden van een dergelijk voorschrift niet zou leiden tot vermindering van de hinder en verzocht vervolgens om verwijdering van de meest westelijk gelegen steiger in de haven, wat neerkomt op een gedeeltelijke intrekking van de vergunning.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brieven van appellant na het eerste verzoek als intrekking daarvan moeten worden gezien en dat het latere verzoek om verwijdering van de steiger moet worden aangemerkt als een verzoek om gedeeltelijke intrekking van de vergunning op grond van artikel 8.25, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Het college had dit niet juist beoordeeld en het besluit was daarmee in strijd met het stelsel van de Wet milieubeheer.
De Raad van State verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het college van B&W Skarsterlân wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.