ECLI:NL:RVS:2003:AM5479
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning horeca op manegeterrein ondanks bestemmingsplanbezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Lichtenvoorde verleende aan Stichting Ruitercentrum Groot Lichtenvoorde een vergunning voor het exploiteren van een horecabedrijf in de kantine en het terras van het manegeterrein. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat deze in strijd is met het bestemmingsplan omdat het geen kantine maar een volwaardige horecaonderneming betreft. Ook werden de ruime openingstijden bekritiseerd.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat de weigeringsgronden in artikel 27 van Pro de Drank- en Horecawet limitatief zijn en dat strijdigheid met het bestemmingsplan geen grond is voor weigering van de vergunning.
Verder oordeelde de Afdeling dat de voorschriften aan de vergunning, waaronder beperkingen op openingstijden en paracommerciële bepalingen, voorkomen dat sprake is van een volwaardige horecaonderneming. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning wordt bevestigd.