ECLI:NL:RVS:2003:AN7872
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over weigering toevoeging rechtsbijstand hoger beroep
Het geschil betreft de weigering van een toevoeging voor rechtsbijstand aan verzoeker in verband met een hoger beroepsprocedure. Het bureau rechtsbijstandsvoorziening van appellant had het verzoek afgewezen omdat volgens hen de werkzaamheden onder een reeds verleende toevoeging vielen en er geen sprake was van een afzonderlijk belang.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker wel belang had bij een procedure over de weigering van de tweede toevoeging, omdat een onterechte weigering ertoe kan leiden dat alsnog die toevoeging wordt verstrekt. Appellant stelde in hoger beroep dat het belang van verzoeker te beperkt werd beoordeeld en dat het slechts om het belang van de rechtsbijstandverlener ging.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het belang van verzoeker niet kan worden ontkend omdat de kern van de procedure juist is of de aanvraag terecht is afgewezen. Ook eerdere uitspraken bevestigen dat belang aanwezig is bij weigering van een toevoeging, zelfs als werkzaamheden onder een andere toevoeging vallen.
De Afdeling concludeerde dat de rechtbank terecht oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat appellant ten onrechte geen individuele toets heeft verricht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.