ECLI:NL:RVS:2003:AN9709
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.M.H. Hirsch Ballin
- J.R. Schaafsma
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging last onder dwangsom wegens olielekkages en bodemverontreiniging
Bij besluit van 1 juli 2002 legde het college van gedeputeerde staten van Groningen aan NS Railinfrabeheer B.V. een last onder dwangsom op wegens het niet melden van olielekkages en het niet nemen van adequate maatregelen tegen olieverontreinigingen. NS Railinfrabeheer B.V. voerde aan dat de bodemverontreinigingen veroorzaakt werden door gebruikers van het emplacement en dat de meldingsplicht op hen zou moeten rusten.
De Raad van State oordeelde dat de drijfster van de inrichting, NS Railinfrabeheer B.V., verantwoordelijk is voor de naleving van de vergunningvoorschriften, ongeacht haar fysieke aanwezigheid. De Raad stelde vast dat olielekkages regelmatig voorkwamen en niet tijdig werden gemeld, wat in strijd was met vergunningvoorschrift L2. Ook werd bevestigd dat het ballastbed als bodem te beschouwen is en dat het voorkomen van verontreiniging niet afhankelijk is van het overschrijden van streef- of interventiewaarden.
Verder oordeelde de Raad dat de zorgplicht uit artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming ook op NS Railinfrabeheer B.V. rust, omdat zij feitelijk en juridisch in staat is om overtredingen te beëindigen. Wel werd vastgesteld dat het besluit onjuist verwees naar artikel 6, tweede lid, sub b, van de Wet bodembescherming in plaats van artikel 10, eerste lid, waardoor dat deel van het besluit werd vernietigd.
De hoogte van de dwangsommen werd als redelijk beoordeeld. De Raad veroordeelde het college van gedeputeerde staten tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het college werd opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen conform de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit gedeeltelijk vernietigd wegens onjuiste wetsgrondslag, met opdracht tot nieuw besluit en toekenning van proceskosten.