ECLI:NL:RVS:2023:3227
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten handhaving gebruik rubbergranulaat kunstgrasvelden Putten
De Stichting InStrepitus verzocht het college van burgemeester en wethouders van Putten handhavend op te treden tegen het gebruik van rubbergranulaat als infill-materiaal op kunstgrasvelden van SDC Putten en SV Rood Wit ’58. Het college wees deze verzoeken af en verklaarde de daarop volgende bezwaren ongegrond. De Stichting stelde dat het gebruik van rubbergranulaat bodemverontreiniging veroorzaakt en dat het college onvoldoende maatregelen neemt om dit te voorkomen en te beperken, in strijd met artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming (Wbb).
De Raad van State oordeelt dat het gebruik van rubbergranulaat onder de zorgplicht van artikel 13 Wbb Pro valt en dat de (onder)erfpachters kennis of vermoeden hadden van mogelijke bodemverontreiniging. Hoewel de zorgplichtdocumenten tot 2020 als stand der techniek gelden, heeft het college niet voldoende gemotiveerd dat alle redelijkerwijs te vergen preventieve maatregelen zijn getroffen, met name omdat bij controles op 11 november 2020 geen kantplanken en uitlooproosters aanwezig waren en veel rubbergranulaatkorrels buiten de velden lagen.
Ook ten aanzien van de repressieve zorgplicht oordeelt de Afdeling dat het college onvoldoende heeft onderbouwd waarom het niet op korte termijn de geconstateerde bodemverontreiniging op locatie 1 ongedaan maakt. Het wachten op een 'natuurlijk moment' over circa 9 jaar is niet voldoende gemotiveerd. Voor locatie 2 is eveneens onvoldoende gemotiveerd waarom niet handhavend is opgetreden bij de geconstateerde lichte bodemverontreiniging.
De beroepen zijn gegrond en de besluiten van 29 juni 2021 worden vernietigd. Het college moet nieuwe besluiten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Putten van 29 juni 2021 worden vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de naleving van de zorgplicht bodemverontreiniging.