ECLI:NL:RVS:2003:AN9758
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking horecavergunning wegens niet voldoen aan eisen zedelijk gedrag
De burgemeester van Heerlen trok op 24 mei 2002 de horecavergunning van appellant in op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), omdat appellant niet voldeed aan de eisen van zedelijk gedrag zoals gesteld in de Drank- en Horecawet en het Besluit eisen zedelijk gedrag. Appellant was binnen vijf jaar driemaal onherroepelijk veroordeeld wegens overtreding van de Opiumwet en zijn coffeeshop was in 1998 voor vier maanden gesloten.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, dat door de burgemeester werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de zitting op 30 oktober 2003 werd het geschil behandeld.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht de vergunning had ingetrokken omdat appellant niet voldeed aan de eisen van artikel 4 van Pro het Besluit eisen zedelijk gedrag. De eerdere veroordelingen en de sluiting van de coffeeshop waren voldoende grond. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verwijt dat appellant de sluiting niet persoonlijk kon worden toegerekend, faalden. De Raad van State bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de horecavergunning van appellant wordt bevestigd vanwege niet voldoen aan de eisen van zedelijk gedrag en eerdere onherroepelijke veroordelingen.