ECLI:NL:RBALM:2004:AR7836
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vergunningen alcoholvrije drank na veroordelingen op grond van Opiumwet
Eiser exploiteerde een coffeeshop en had vergunningen voor het verstrekken van alcoholvrije drank in twee inrichtingen. Verweerder trok deze vergunningen in op grond van artikel 12e van de Drank- en Horecaverordening, vanwege twee onherroepelijke veroordelingen van eiser voor overtreding van de Opiumwet.
Eiser voerde aan dat het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999 niet van toepassing zou zijn, dat de intrekking onterecht was en dat er geen belangenafweging had plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat de verordening en het Besluit 1999 correct zijn toegepast en dat verweerder verplicht was de vergunningen in te trekken zonder discretionaire bevoegdheid.
De rechtbank verwierp het verweer dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden en dat de intrekking een strafsanctie betrof. Ook het argument dat de zedelijkheidseisen niet van toepassing zouden zijn op alcoholvrije drank werd verworpen. De voorlopige voorzieningen werden opgeheven en de beroepen ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen tegen de intrekking van de vergunningen ongegrond en laat de besluiten in stand.