ECLI:NL:RVS:2003:AO0348
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aanlegvergunning voor parkeerterrein in agrarisch gebied
Appellanten hadden bij het college van burgemeester en wethouders van De Bilt een principe-verzoek ingediend voor de bouw van een tuincentrum met een parkeerterrein op een weide bestemd voor agrarische doeleinden. Daarnaast verzochten zij om een aanlegvergunning voor het gebruik van de weide als overloopparkeerterrein en om een ontsluiting via een nabijgelegen locatie. Het college wees deze verzoeken af, waarna de rechtbank dit besluit bevestigde.
In hoger beroep bij de Raad van State richtten appellanten zich uitsluitend tegen het deel van de uitspraak dat betrekking had op de geweigerde aanlegvergunning. Zij stelden dat de rechtbank ten onrechte niet had getoetst aan de specifieke vergunningseis uit artikel 7, vijfde lid, van het bestemmingsplanvoorschrift, waarin staat dat een aanlegvergunning kan worden verleend indien de landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast.
De Raad van State oordeelde dat het aanlegvergunningenstelsel in het bestemmingsplan is bedoeld om de bestemming te beschermen en dat een aanlegvergunning niet kan worden verleend voor werken die in strijd zijn met de bestemming. Omdat de aanleg van het parkeerterrein niet in verband staat met een agrarisch bedrijf en daarmee in strijd is met het bestemmingsplan, was het college bevoegd de vergunning te weigeren. Een belangenafweging was daarbij niet aan de orde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de aanlegvergunning omdat het parkeerterrein in strijd is met het bestemmingsplan.