ECLI:NL:RVS:2004:AO2826
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- W. Konijnenbelt
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen bestuursdwangaanschrijving inzake radioactief besmette buizen
Appellante had radioactief besmette roestvrijstalen pijpen opgeslagen zonder de vereiste vergunning, wat een overtreding vormde van artikel 29 van Pro de Kernenergiewet. Verweerders legden een bestuursdwangaanschrijving op om de overtreding ongedaan te maken door de buizen te verwijderen, waarbij de kosten voor appellante waren.
Appellante voerde aan dat de bevoegde ambtenaren verplicht waren de radioactieve stoffen in bezit te nemen na haar melding en dat dit de handhavingsbevoegdheid van verweerders uitsloot. Ook stelde zij dat het onredelijk was dat zij de kosten moest dragen, mede omdat zij niet wist van de besmetting en dat er geen begunstigingstermijn was gesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bevoegdheid tot inneming niet uitsluit dat verweerders bestuursdwang toepassen. De niet-verwijtbaarheid van appellante en het algemeen belang rechtvaardigden het opleggen van kosten. Het feit dat de overtreding ten tijde van het bestreden besluit was beëindigd, noopte niet tot herroeping van het primaire besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestuursdwangaanschrijvingbesluit blijft in stand met aangepaste kosten.