Uitspraak
200205540/1(AB 2004, 217), dat het enkele feit dat een deel van de overtredingen ten tijde van het bestreden besluit was beëindigd niet met zich brengt dat verweerder het primaire besluit in bezwaar deels had moeten herroepen.
Raad van State
Bij besluit van 15 februari 2006 legde het college van burgemeester en wethouders van Oost Gelre dwangsommen op aan appellant wegens overtreding van een milieuvergunning uit 1998 voor een veehouderij aan een locatie te plaats. Het bezwaar van mede-eigenaars tegen dit besluit werd door verweerder ongegrond verklaard, waarna zij beroep instelden bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat alleen appellant als belanghebbende kan worden aangemerkt, omdat de dwangsommen uitsluitend aan hem zijn opgelegd. Mede-eigenaars zijn niet rechtstreeks in hun belang getroffen en hun bezwaar had daarom niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. Verder acht de Afdeling aannemelijk dat de vergunning uit 1998 van toepassing is op de gehouden dieren en dat overtredingen van de vergunning hebben plaatsgevonden.
De dwangsommen zijn niet buitenproportioneel en de handhaving was bevoegd. Het beroep van mede-eigenaars is daarom gedeeltelijk gegrond, het besluit dat hun bezwaar ongegrond verklaarde wordt vernietigd en zij worden alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard, mede-eigenaars zijn niet-ontvankelijk verklaard en het besluit vernietigd voor zover hun bezwaar ongegrond werd verklaard.