ECLI:NL:RVS:2004:AO3373
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- F.P. Zwart
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen bouwvergunning voor 74 zomerwoningen
Het college van burgemeester en wethouders van Alkemade verleende op 28 juni 2001 een bouwvergunning voor de bouw van 74 zomerwoningen op een perceel in de gemeente Alkemade. Twee omwonenden maakten bezwaar tegen deze vergunning, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat zij volgens het college geen rechtstreeks belang hadden bij het besluit.
De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde echter dat de omwonenden wel als belanghebbenden konden worden aangemerkt en verklaarde het bezwaar gegrond. Het college en de vergunninghouder stelden hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat ondanks de afstand van circa 1100 meter tussen de woningen van de omwonenden en het bouwperceel, er sprake is van vrij zicht op het bouwplan vanwege de hogere ligging en het open landschap. Hierdoor worden de belangen van de omwonenden rechtstreeks geraakt. De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde de hoger beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het bezwaar van de omwonenden niet-ontvankelijk is verklaard omdat zij geen rechtstreeks belang hebben.