Uitspraak
200303344/1(Gst. 2004, 130), overwogen dat niet staande kan worden gehouden dat [wederpartij] niet rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen door verlening van bouwvergunning voor het bouwplan. De Afdeling ziet geen aanleiding daar thans anders over te oordelen. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat [wederpartij] als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van Pro de Awb moeten worden aangemerkt.
200303347/1, is het bouwplan in strijd met artikel 15, derde lid, sub b, van de voorschriften van het bestemmingsplan omdat de zomerwoningen niet op het perceel mogen worden gebouwd. Het college heeft daarom met toepassing van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) vrijstelling verleend.