ECLI:NL:RVS:2004:AO3412
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- P.A. Offers
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhaving illegale woning zonder bouwvergunning op bedrijventerrein
Appellant sub 1 heeft bij besluit van 26 februari 2002 geweigerd handhavend op te treden tegen een zonder bouwvergunning gebouwde woning met garage op een bedrijventerrein ten behoeve van appellante sub 2. De rechtbank te Roermond verklaarde dit besluit onrechtmatig en vernietigde het bij uitspraak van 19 mei 2003. Tegen deze uitspraak zijn hoger beroepen ingesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen dat het verboden is te bouwen zonder vergunning en dat appellant sub 1 bevoegd is tot handhavend optreden. Alleen in bijzondere gevallen kan van handhaving worden afgezien, namelijk als concreet zicht bestaat op legalisering. Uit de stukken blijkt dat het college van gedeputeerde staten Limburg eerder een verklaring van geen bezwaar heeft geweigerd en dat sindsdien geen relevante wijzigingen zijn opgetreden die concreet zicht op legalisering bieden.
Verder is geoordeeld dat het ontbreken van een verzoek tot handhaving door de inspecteur niet kan leiden tot het afzien van handhaving. Ook de belangen van appellante sub 2 bieden geen bijzondere omstandigheden om van handhaving af te zien. De hoger beroepen zijn ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 11 februari 2004 in het openbaar uitgesproken door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat geen concreet zicht bestaat op legalisering en handhaving niet achterwege kan blijven.