ECLI:NL:RVS:2004:AO3942
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na beoordeling aanvang 48-uurs-termijn
Appellant verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Het geschil betrof de aanvang van de 48-uurs-termijn voor het onderzoek naar de aanvraag in het aanmeldcentrum. Appellant stelde dat deze termijn al begon bij het fouilleren en afnemen van vingerafdrukken, terwijl de voorzieningenrechter oordeelde dat de termijn pas start bij daadwerkelijke binnenkomst van het aanmeldcentrum.
De Raad van State bevestigde dat het fouilleren en het maken van een dactyloscopisch signalement administratieve handelingen zijn die niet de start van het onderzoek vormen. De 48-uurs-termijn vangt aan bij de feitelijke binnenkomst in het aanmeldcentrum, tenzij eerder gericht onderzoek is gestart. De grief faalde en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
De uitspraak benadrukt de wettelijke uitleg van artikel 55 Vreemdelingenwet Pro 2000 en de toelichting daarop, waarbij het doel van de 48-uurs-termijn is om snelle afhandeling van niet-tijdrovende aanvragen te waarborgen. De procedurekosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.