ECLI:NL:RVS:2004:AO3949
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na toetsing 48-uurs-termijn
Appellant verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de minister onjuist het deurkrukcriterium hanteerde voor het begin van de 48-uurs-termijn die geldt voor de beoordeling van de aanvraag.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het deurkrukcriterium, dat inhoudt dat de 48-uurs-termijn begint zodra de vreemdeling het aanmeldcentrum daadwerkelijk binnenkomt, niet altijd doorslaggevend is. Indien vóór het betreden van het centrum al onderzoek gericht op de beoordeling van de aanvraag is gestart, begint de termijn op dat moment. Het gebruik van bevoegdheden zoals fouillering of het maken van een dactyloscopisch signalement leidt niet tot aanvang van de termijn.
De Raad van State concludeerde dat de voorzieningenrechter terecht heeft geoordeeld dat de 48-uurs-termijn niet is overschreden en bevestigde het oordeel dat het deurkrukcriterium in deze zaak correct is toegepast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.