ECLI:NL:RVS:2004:AO4779
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Ch.W. Mouton
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing voorkeursrecht percelen Valkenswaard ondanks individuele bezwaren
Het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard stelde de raad voor om percelen, waaronder die van appellanten, aan te wijzen als gronden waarop het voorkeursrecht gemeenten (Wvg) van toepassing is. De raad nam dit besluit, waarna appellanten bezwaar maakten en vervolgens beroep instelden bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State en voerden aan dat de langdurige onzekerheid door het voorkeursrecht onredelijk is en dat hun individuele belangen onvoldoende zijn meegewogen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het voorkeursrecht bedoeld is om gemeenten te ondersteunen bij ruimtelijk beleid en dat in de planvoorbereidingsfase nog geen gedetailleerde bestemmingen per perceel kunnen worden aangegeven.
De Afdeling stelde vast dat de raad het algemeen belang mocht laten prevaleren boven de individuele belangen van appellanten. Ook werd geoordeeld dat er geen strijd is met het gelijkheidsbeginsel, omdat het perceel van een appellant solitair ligt en niet vergelijkbaar is met andere bebouwing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.