ECLI:NL:RVS:2004:AO6079
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering legalisatie geboortebewijs wegens onvoldoende bewijs juistheid inhoud
Appellante verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om een geboortebewijs te legaliseren, maar dit verzoek werd geweigerd omdat er twijfel bestond over de juistheid van het document en deze twijfel niet werd weggenomen door schriftelijke, objectieve bronnen.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond. Appellante stelde dat vanwege de bijzondere omstandigheden, zoals de jonge leeftijd van het kind en het ontbreken van ziekenhuis-, doop- of schoolgegevens, de minister ten onrechte niet van het beleid was afgeweken.
De Raad van State oordeelde dat het beleid waarbij van de aanvrager wordt verlangd de inhoud van het document aannemelijk te maken met schriftelijke, objectieve bronnen, terecht is en dat de minister op goede gronden heeft geweigerd te legaliseren. De Raad stelde dat de bijzondere omstandigheden niet leiden tot een afwijking van het beleid. Tevens faalde het betoog dat de weigering in strijd zou zijn met artikel 16 van Pro het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de minister om het geboortebewijs te legaliseren wegens onvoldoende bewijs van juistheid.