ECLI:NL:RVS:2004:AO6089
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.A.M. van Angeren
- Ch.W. Mouton
- S.C. van Tuyll van Serooskerken
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking gedoogbeschikking coffeeshop en bevestiging sluitingsbesluit
De burgemeester van Den Haag heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten een coffeeshop voor twaalf maanden te sluiten en de verkoop van softdrugs na heropening niet meer te gedogen. Dit besluit volgde op rapportages van de politie die een overtreding van de maximale handelsvoorraad en het dragen van een geladen vuurwapen door de exploitant constateerden.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit en tegen de intrekking van de gedoogbeschikking, maar de burgemeester verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de intrekking van de gedoogbeschikking niet als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht kan worden aangemerkt en dat bezwaar en beroep tegen die intrekking daarom niet ontvankelijk zijn. Dit leidt tot vernietiging van het bestreden deel van de uitspraak en niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de intrekking. Het besluit tot sluiting van de coffeeshop blijft echter gehandhaafd, omdat de burgemeester terecht volgens het geldende beleid heeft gehandeld. De Raad veroordeelt de burgemeester tevens tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De intrekking van de gedoogbeschikking wordt vernietigd en niet-ontvankelijk verklaard, maar de sluiting van de coffeeshop voor twaalf maanden wordt bevestigd.